Skip to content

Column 416

October 15, 2011

VASTSTELLING VAN DE WEEK

Eén Vlaming op vijf vindt dat hij te veel alcohol drinkt. Dat blijkt, zo las ik, uit een onderzoek van de Christelijke Mutualiteit. (Het is wachten op de cijfers van de socialistische en liberale mutualiteiten.)

Ik maak me vooral zorgen over die vier andere Vlamingen.

 

HERINNERING VAN DE WEEK

Het houten bankje doet pijn aan mijn knieën. (Dat is ook zo bedoeld. Het laatste wat je je hier mag voelen, is comfortabel. Boete begint met een ongemakkelijk bankje.) In mijn neus hangt de weeë geur van het vaalrode fluwelen gordijntje dat ik daarnet willens nillens heb moeten aanraken om het opzij te schuiven zodat ik de ruimte waarin ik thans geknield zit kon betreden. Een geur van zurig oudewijvenzweet, muf stof en wierook. Het is donker – vaag zie ik vanuit een ooghoek schuin achter mij een streepje vaal licht dat onder aan het gordijntje aarzelt om naar binnen te schijnen. Als ik heel even een knie een heel klein beetje ophef teneinde de pijn heel even te verlichten, kraakt het bankje onheilspellend luid. Ik schrik ervan en zet mijn knie terug op het bankje – dat daardoor nog harder kraakt. Gelaten blijf ik zo stil mogelijk op mijn knieën zitten, met rechte rug, de handen gekruist op het houten plankje voor me, het hoofd een weinig naar voor gebogen. 

Daar zit ik. En ik wacht. Het wachten duurt een eeuwigheid, zodat ik alle tijd heb om te overpeinzen wat ik zo meteen ga zeggen. Ik heb namelijk geen idee. Wat vàlt er te zeggen? Ik ben aldoor braaf geweest – behalve die paar keer dat ik stout was, althans volgens vader en moeder, maar wat weten die daar nu van, van stout zijn? Zelf zijn zij het nooit geweest. (Pas later, vele jaren later, toen hij had ingezien dat er aan zijn zoon niet veel meer op te voeden viel omdat die zich op zijn beurt had voortgeplant en derhalve min of meer als volwassen diende te worden beschouwd, zou vader bijwijlen onder het genot van een straf glas bier grinnikend verhalen vertellen over hoe hij en zijn broers weleens stout waren geweest en daarvoor rake klappen hadden kregen of in een donker hok waren gegooid. Ja, dat waren nog eens tijden!) 

Dan schrik ik me wezenloos – met een venijnige klap schuift het luikje voor mijn neus plots open. Achter een soort van houten honingraatmotiefje ontwaar ik het vlezige roze hoofd van een oude man die doet alsof hij niet weet wie ik ben. “In nomine patris et filii et spiritus sancti”, prevelt hij verveeld. “Zeg het ne keer.” Werktuiglijk antwoord ik: “Eerwaarde vader, ik beschuldig mij van volgende zonden”, waarna ik een korte adempauze inlas waarin ik koortsachtig op zoek ga naar enkele afkeurenswaardige kleinigheden die aannemelijk lijken voor een kind van twaalf. (In die tijd waren kinderen van twaalf nog kinderen; nu zijn het heerszuchtige consumentjes. Aanschouw de vooruitgang.) “Drie keer ongehoorzaam geweest, twee keer ruziegemaakt en één keer mijn les niet geleerd, eerwaarde vader”, zeg ik finaal zo schuldbewust mogelijk tegen een man die helemaal mijn vader niet is. “Ach zo. Ja. Hm.”, prevelt hij. Dan laat hij een stilte vallen. Ik zie hoe hij het hoofd even buigt en zijn vrijwel kale schedel bedekt met twee mollige handjes, al even vlezig en roze als het oude hoofd. Vervolgens schraapt hij zijn keel: “Hm. Bid voor uw penetentie tien Onzevaders en vijf Weesgegroeten. In nomine patris et filii et spiritus sancti. Hm.” “Amen”, zeg ik geheel volgens afspraak en ik beantwoord zijn zegenend gebaartje met een haastig kruisteken. Dan klapt het luikje dicht.

Moeizaam ga ik staan – die knieën. Ik sla het gore gordijntje open en wandel op ingetogen wijze (hoofd naar beneden helpt) terug naar mijn plaats, aldoor met een kwartoogje de streng door de kerk benende leraar in de gaten houdend. Treuzelen is namelijk niet toegestaan. En rennen al helemaal niet. Het komt erop aan een snelheid aan te houden die dankbare waardigheid aan gepaste nederigheid paart. Je wil geen nota in je agenda.

Als ik ga zitten, bedenk ik naar goede gewoonte hoe nutteloos en zinloos dit alles is. Dan valt plots de zon door de brandglasramen naar binnen. Gloeiend verwelkom ik de heraut van het echte leven.

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: