Skip to content

Column 421

October 15, 2011

TWIJFEL VAN DE WEEK

De twijfel die Kim Clijsters te pakken kreeg toen ze deze week in Parijs met 6-3 en 5-2 voorstond tegen een dun meisje uit Nederland dat Aranxta Rus heet en heel graag goed zou willen leren tennissen.

U moet die twijfel niet onderschatten.

U en ik, wij kampen ook weleens met twijfel, doch dat is – om het in het rogervangheluwiaans te zeggen – slechts zo een twijfeltje zo. Wij twijfelen over welk hemd we zullen aantrekken: dat mooie, of dat gestreken exemplaar. Wij twijfelen over wat we zullen drinken: een biertje, of een biertje met een borrel erbij. Wij twijfelen over wie we zullen uitnodigen voor een etentje: gezellige mensen, of schoonfamilie. Kortom, luxueus geknoei in de marge.

Zeker, je hebt ook mensen die kampen met een ietwat zwaardere vorm van twijfel: ze twijfelen aan alles. Zal ik thuisblijven of op stap gaan? En als ik op stap ga, zal ik mij dan amuseren of vervelen? En als ik mij amuseer, zal ik mij dan schuldig voelen of niet? En als ik mij schuldig voel, zal ik dat dan uitwerken op mezelf of op iemand anders? En als ik dat uitwerk op iemand anders, zal ik me dan niet vervelen? Zou ik dus niet beter thuisblijven? Maar als ik thuisblijf, zal ik me dan wel amuseren? Kortom, besluiteloos gaan ze betekenisloos dood.

Een trapje hoger op het podium der schrikbarendheid staat de existentiële twijfel. Brrr. Beslissingen die je leven veranderen. Ja of nee. Nu of nooit. Die of die. Met of zonder. Wat zal ik, wat wil ik, wie ben ik. Totale verscheurdheid, de wanhoop ten prooi. Kortom, een vrolijke warboel waar je altijd wel een paar genoeglijke tooggesprekken aan overhoudt. En jawel, nóg hoger op dat naargeestige podium staat de twijfel aan de zin van het in leven blijven, maar de allerengste twijfel is zonder twijfel die van Kim. Onbenoemd. Onbenoembaar. 

 

EDDY VAN DE WEEK

De eredoctor.

Daar stond hij dan. Jongen van de straat, man van de wereld, heer van stand. Daar stond hij. Gewaad, bekleed, glunderend. Zijns ondanks. Hij had aan z’n ouders gedacht, zei hij nadien. Dat ze dat niet meer hadden mogen meemaken. Ik vond het een zinnige gedachte. Eens vader, altijd kind.

 

BOB VAN DE WEEK

Bob de rare snuiter.

Je hebt Marley en Nonkel en Benny en Hope, je hebt De Bouwer en Peeters en Geldhof en Cools, je hebt Fosse en Boon en die van Et Bobette, maar dat zijn allemaal slechts normale jongens – vooral die Peeters, schijnt het. En daarnaast heb je Dylan. Bob de rare snuiter.

(De rare snuiter is een boeiende vogel. Verwar hem vooral niet met de vreemde kwiet. De vreemde kwiet intrigeert niet. Hooguit irriteert hij. Niet zo de rare snuiter. Nu eens klinkt hij als een roestige rasp op bevroren winterpenen, dan weer als najaarsregen op mistig mos. Zijn vederdracht verkleurt, van dons tot pennen, in elke rilling van het licht: nu eens grijs goud en zacht zilver, dan weer turkoois glinstergroen.)

Blowin’ in the Wind, het zal wel. Bij mij, zo maak ik mezelf graag wijs omdat ik dat amechtig zelfgebreidetruiengemekkerrondhetkampvuur later alleen maar doorstond omdat ik onder gindse zelfgebreide trui een monter stel borstjes meende te ontwaren die lonkend mijn kant uitkeken, viel Bob Dylan binnen met de eerste klap van Like a Rolling Stone: bam! En dan meteen dat orgel daar achteraan: broeoeoem! Ja, toen begonnen de times meteen te changen. Ik wist nergens wat van, maar ik voelde wel: hier stààt iets. Een huis van een lied. Mag ik even binnenkomen?

Hij is deze week zeventig geworden, de rare snuiter. Zijn lied is troost.

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: