Skip to content

Column 286

October 25, 2011

SALON VAN DE WEEK

Het Autosalon. Wat is het heerlijk om daar weg te blijven! 

Niet alleen omdat het salon in het teken van het milieu staat en er volgens mij geen nobeler gebaar jegens het milieu bestaat dan er niet heen te rijden. Ook omdat ik aldus weer eens briljant De Grote Massa weet te mijden. Dankbaar beloon ik mijzelve dan met een wandeling in de regen, ontroerd door lege pleintjes. 

De eerste auto die ik zelf kocht, was een Citroën GS, 1200 cc, en veel te blauw. Vijftigduizend frank betaalde ik ervoor, toen bijna twee maandloontjes – doch u had me moeten zien: heerser van ’t heelal, dat was ik, zelfs al reed ik in een auto die tot kort tevoren eigendom was geweest van het klassieke oude vrouwtje dat er alleen maar naar de GB mee reed en heel af en toe eens naar de Delhaize. Alsof auto’s daarvoor dienden! Auto’s dienden om mee naar het lief te rijden. En dan met haar naar zee. Alwaar men zich, in viezemannenvrije duinen, overgaf aan het minnespel. En ’s avonds, hevig nagloeiend, het zand uit de bilnaad schuurde.

Ja, dat waren nog eens tijden, toen het milieu nog niet bestond.

 

VASTSTELLING VAN DE WEEK

Mijn jongste zoon heeft de Gouden Schoen gewonnen.

Toegegeven, ’t is een beetje gelogen, want ten eerste is Steven Defour mijn zoon niet en ten tweede heb ik geeneens een zoon, maar het was wel het gevoel dat me overviel toen ik desbetreffende snaak op het podium zag staan: een ventje van negentien.

Ongetwijfeld herinnert u zich nog wat voor potsierlijke snotaap u was op uw negentiende. Tjokvol prietpraat. Tjokvol hormonen. Tjokvol lucht. Levensdoel: het volgende feestje. Hogere waarden: de inhoud van een beha. Ideale wereld: een met véél hogere waarden.

Wat doet hij dat voortreffelijk, Steven Defour, negentien zijn. Net zoals Marouane Fellaini uitstekend twintig is en Tom De Sutter en Stijn De Smet heel fraai tweeëntwintig. Jongens van stavast in een gekkenhuis vol Dolce & Gabbana.

Het mooiste was natuurlijk die lange loebas van Standard die volschoot, toen het filmpje met zijn vader werd getoond. Vader die zichzelf uit het woestijnzand had losgewrikt en vervolgens àlles ten dienste van zijn begaafde zoon had gesteld – om eens een ouderwets woord te gebruiken, beste lezertjes: hij had zichzelf weggecijferd. En Marouane, die vleesgeworden voordeur met z’n vervaarlijk gebeeldhouwde kop, zijn beenharde charges, zijn messcherpe tackles en z’n angstwekkende wenkbrauwen, die Marouane hield het niet droog. 

Omdat hij het begréép.

 

VRAAG VAN DE WEEK

Zijn we gerustgesteld?

Marie-Rose Morel gaat niét naar bed met Frank Vanhecke. Dat liet ze deze week optekenen in deze krant.

Ik vroeg me af wat ik ermee moest, met deze dienstmededeling. Voor wie was ze eigenlijk bedoeld? Voor al die hoge heren in haar partij? Of voor de slager op de hoek? Zou die thans vrijelijker op zijn nietsvermoedende karkassen inhakken, nu zijn gemoed niet langer bezwaard was door de prangende vraag of Marie-Rose vantijds schrijlings op Frank gezeten het zeventigpuntenprogramma kreunt?

Na diep gepeins kwam ik tot de slotsom dat ik óók niet met Frank Vanhecke naar bed zou gaan.

 

AFSCHEID VAN DE WEEK

Dat van Bobby Fischer, de voormalige wereldkampioen schaken die op 64-jarige leeftijd is overleden.

Bobby Fischer is er de oorzaak van dat ik mij vele, vele uren aan een schaakbord heb verlustigd in plaats van achter de meisjes aan te zitten – de meisjes zijn hem er wellicht nog altijd zeer dankbaar voor. 

Twaalf was ik, toen hij Boris Spasski onttroonde. Spasski, de Rus en derhalve de baarlijke duivel. Dit was niet zomaar een strijd om de wereldtitel, nee, dit was een strijd om de vrijheid. De vrijheid van het vrije westen!

Op mijn twaalfde begreep ik dat niet zo goed. Ik keek naar Spasski en zag een wat ouwere man met een bril, een beetje suffig voor zich uit zitten staren. Was dít de bruut die zich middels kanonnen en tanks een weg tot aan onze voordeur zou banen en vervolgens onder het zingen van de Internationale mijn zus en mijn autobaan zou roven?

In afwachting daarvan kreeg ik voor mijn plechtige communie alsnog een schaakbord en twee boekjes met openingen. Driftig gooide ik mij op de studie ervan, waarna ik mij bij een schaakclub aansloot en mijn vrije dagen doorbracht in het gezelschap van ouwere mannen die een beetje suffig voor zich uit zaten te staren en mij vervolgens genadeloos van het bord speelden.

Gelukkig zagen de meisjes dat niet.

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: