Skip to content

Column 287

October 25, 2011

BEKENTENIS VAN DE WEEK

Ja, ik heb het gevierd.

Met een Rochefort van tien graden – want dat was even geleden. Daarna met nóg een Rochefort van tien graden – want twee naeen, dat was ook even geleden –, een Laphroaig Quartercask, een Caol Ila – want twee Laphroaigs Quartercask naeen was nog niet zo lang geleden – en om mooi af te ronden nog een Rochefort van tien graden.

Toen moest ik vreemd genoeg even liggend vieren en kwam ik niet meer uit mijn woorden. Doch dat deerde niet, want mijn vreugde was onuitsprekelijk.

Immers, Het Laatste Nieuws is nu even groot als De Morgen.

 

CITAAT VAN DE WEEK

“Ik heb een natte vinger voor wat er gebeurt in deze maatschappij.”

Aldus sprak de uit de Kempen ontsnapte politica Margriet Hermans vorig weekend gloedvol op de openbare omroep.

Kijk, dat vind ik nu eens mooi zie, mensen die in één zin hun bestaansreden weten te vervatten. Ikzelve slaag daar maar niet in – en ik ben al ruim dertig jaar aan het proberen. (U zult zich afvragen of dat wel nodig is, al dat proberen. Doch ik heb geen keuze. Ik kan niet niet proberen. Men is nu eenmaal wie men denkt te zijn. Denk ik.) Wat, zo vraag ik mij aldoor af, is mijn bestaansreden? En: bestààt dat eigenlijk wel, een bestaansreden? Bestaat iets omdat er een woord voor bestaat? Wat doen we dan met ‘god’? Of verzinnen we woorden voor iets wat niet bestaat omdat we graag zouden hebben dat het bestaat? Omdat wat bestaat niet volstaat? 

En zo gaat dat maar door, al ruim dertig jaar lang – afijn, u merkt het: ik ben een ouwe zeur, ik ben een eeuwige twijfelaar. 

Daar heeft Margriet helemaal geen last van. Als zij twijfelt, gebruikt ze haar natte vinger.

 

VASTSTELLING VAN DE WEEK

Men kan zich er in oefenen, in verdriet. Zoals men zich kan oefenen in het niet hebben ener hartstilstand. Mooi niet dus.

Verdriet is als een broer of zus. Even onvermijdelijk. Men kan er duizend keer mee breken, duizend keer ‘nee, genoeg!’ tegen gillen, duizend keer van weglopen, maar het zal altijd één keer te weinig zijn. 

Het besef overviel mij – weer maar eens – vorige vrijdag. Een sms’je. Van een vriend. Eén van de twee vrouwen die in Jemen zijn vermoord, is de moeder van iemand die we allebei kennen. Een gewetensvraag dient zich op te dringen: tot waar ben ik journalist? Doch hij dringt zich niet op. Wat zich opdringt, is het gelaat van verdriet.

Gelaten glimlach ik hem toe, die oude bekende. 

 

VRAAG VAN DE WEEK

Bent u ook zo geschrokken van de beurs?

Indien ja, dan hebben wij mekaar niets te vertellen, want de beurs kan mij gestolen worden. Een saaie boel, vind ik dat. Tjonge, al die drukte – en voor wat? Pfff.

Er zijn mensen voor wie de beurs hun bestaanreden is. Goed voor hen dat ze ’t in één zin vervat krijgen, maar voor mij zijn dat wezens van een andere planeet. Ik kijk ze aan, zie dat ze hun grootste hoofdgat openen en hoor dat daar klanken uit komen, doch hoezeer ik mij ook inspan, ik snap er geen donder van. ’t Klínkt ontzettend belangrijk – en zo kijken ze ook, uit hun twee kleinere hoofdgaten –, maar mij ontgaat het volkomen. Ik kijk ze aan, knik begrijpend en denk bij mezelf: ‘Wie zou er zondag wereldkampioen veldrijden worden? Rabo of Fidea?’ 

 

MAN VAN DE WEEK

Pieter De Crem, dienaar van het volk.

Verdorie, nu heb ik hier geen plaats meer om hem met lof te overladen. Fuck dat nieuwe formaat!

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: