Skip to content

Column 473

October 13, 2012

BEKENTENIS VAN DE WEEK

Ik heb ze geteld.

Groen: één (1). LDD: één (1). Open VLD: vier (4). N-VA: vijf (5). Vlaams Belang: zes (6). sp.a: twaalf (12). CD&V: dertien (13).

Dat is nu eenmaal wat ik doe, als er weer eens verkiezingen in aantocht zijn: ik neem een doos en verzamel vrolijk alle kiesdrukwerk – er valt al zo weinig te lachen, in dit ondermaanse, tussen verkiezingen in. Dus ik lach wat, ik leer wat en ik tel wat.

Let wel: het gaat hier om stuks. Er zijn partijen – ik noem ze niet bij naam – die in één klap acht pagina’s in je bus schuiven, in de vorm van een flinke folder in quadri, waarin ze reclame maken voor een lijsttrekker en de Open VLD of de sp.a; er zijn ook partijen die het bij één postkaartje houden, waarop een man met een hond staat – de man heeft z’n hemd niet in z’n broek en de hond kijkt alsof buiten beeld iemand een tweeloop op hem gericht houdt. Doch dat is naast de kwestie: het gaat erom dat het twee stuks zijn. Anders heb ik voor niks zitten tellen.

De befaamde politicus Louis Tobback (voor alle duidelijkheid: niét de man waarvan net sprake) zei donderdag in deze krant: «Maandag ontwaken we in een nieuw politiek landschap.» Hij zei dat natuurlijk omdat hij hoopt dat zulks niet het geval zal zijn, doch de heer Tobback zit lang genoeg in de politiek om te weten dat in dat vak hoop de hoer der wanhopigen is en dat het voorts kan vriezen of dooien – de ware overlever is immer voorbereid.

Mijn doos voor 2014 staat al klaar.

 

VRAAG VAN DE WEEK

Is het het allemaal waard geweest?

Op die ene vraag zou ik graag het antwoord weten. Of je, des avonds, als je kinderen in bed liggen en de haard gloeit en je vrouw zich met twee glazen wijn in de zitkussens vlijt en zachtjes vraagt waar je blijft, in de gang nog gauw even in de spiegel kijkt en jezelf in de ogen staart en waanzin dan wel waarheid ziet. Of je met jezelf kunt leven. Of moet.

Ja, dat zou ik graag willen weten, Lance Armstrong.

 

WENS VAN DE WEEK

Uit de grond van mijn hart: mogen er tot het einde der tijden droevige kleine meisjes zijn!

Daar stond ze plots, aan de voordeur. Beetje bedremmeld, beetje heel flink.

«Jij bent Julie, hé», zei ik, terwijl ik een vriendelijke wijsvinger naar haar uitstak.

«Ja, meneer», antwoordde ze, deze keer mijn geslachtelijkheid wél correct omschrijvend. In één adempje voegde ze eraan toe: «Hebt u soms in uw tuin een bal zien liggen met ‘Explorer’ erop?» En bij ‘Explorer’ – dat ze uitsprak alsof ze het zelf had bedacht – vormde ze met haar wijsvingertjes en duimpjes een onzichtbaar bandje op een onzichtbare bal, alsof het gevaar bestond dat de meneer in z’n tuin wel honderd kinderballen had liggen en derhalve niet precies wist over welke bal ze het had.

«Ja, hoor», sprak ik niet echt geheel naar waarheid (Er is geen tuin. Alleen een kreng van een koertje.) «Maar waarom heb je op je briefje in de bus niet de naam van je straat en het nummer van je huis geschreven? Dan had ik je bal al veel eerder kunnen terugbrengen.»

«Ik was het vergeten», bekende ze vlot – ik staakte de ondervraging.

«Wel, loop jij hier maar even om de hoek tot aan de bruine deur», zei ik, ietwat overbodig met mijn vriendelijke wijsvinger naar kwestieuze hoek wapperend. «Dan geef ik je daar je bal terug.» (Droevige kleine meisjes horen niet bij een vreemde meneer in huis te komen.)

Ik keek haar na toen ze met een anticiperend hupje om de hoek verdween. Ziedaar, zo bedacht ik, ziedaar een klein meisje dat kan wat één miljard Facebookgebruikers niet kunnen. 

Monter leefde ik verder.

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: