Skip to content

De schoonmoeder aller verkiezingen

October 16, 2012

BUITENSPEL

Bruggelingen – u weet wel, dat verwende volkje dat amper oog heeft voor de wereldwonderen in z’n stad maar zich wel druk maakt over een kunstwerk dat geen trapgeveltje heeft – zijn het maar over één ding gloeiend oneens: het allerbelangrijkste. Voetbal. Vrienden bijten elkaar speels de strot af, buren verzuren, idioten barsten uit in beschamend gezang. En de ironie, die wil dat de Bruggelingen volstrekt niks meer te zeggen hebben over het ultieme symbooldossier daarin. Waar straks gejuich weerklinkt en koren galmen en kinderen voor altijd worden besmet? Dat wordt eerlang ‘in Brussel’ beslist. Ziedaar de oogst van zoveel verdeeldheid.

Blijven over: de nevenkwesties. Hoe en waar we wonen, werken, sporten, spelen, schoolgaan, uitgaan, geholpen en verzorgd worden. Daarover zijn de Bruggelingen het ontroerend roerend eens: het moet goed zijn en het mag niet te veel kosten. Daarover moeten de kandidaat-burgemeesters het nèt voldoende oneens zijn – we zijn hier tenslotte niet in Antwerpen, hé.

Er zijn er naar verluidt vier, kandidaat-burgemeesters: drie advocaten en een zelfstandig onderneemster; twee mannen en twee vrouwen; één veertigster en drie vijftigers; twee vaders en twee moeders; drie die een beetje voor allebei zijn en één die volgens kenners voor Club is maar ook een Cercle-abonnement heeft – dat lijkt me bijzonder goed nieuws. De ene zit al dertig jaar in de politiek, de andere pas vijf; de ene is klaar met Brussel (en andersom), de andere blijft naar de hoofdstad lonken; de ene wil een rambla, de andere wil in de voetsporen van (sorry, Fernand Bourdon) Frank Van Acker treden; de ene moet Patrick Moenaert doen vergeten, de andere Pol Van Den Driessche – begin er maar eens aan.

Eén van die vier wordt de baas van Brugge, één ervan staat straks buitenspel.

VEILIG

Is, zoals woensdag in deze krant aan de lijsttrekkers werd gevraagd, Brugge wel veilig genoeg?

Natuurlijk niet! Zo liep ik deze week in de Geldmuntstraat bijna onder een auto! We moeten in Brugge alle auto’s verbieden! Of – da’s misschien makkelijker – mij. Immers, ik liep te sms’en en mijn vingers zijn te dik voor die dunne toetsjes, waardoor ik niet blindelings kan sms’en want anders verzend ik volstrekt onbegrijpelijke berichten. (Ik heb de proef op de som genomen: ‘Brufgr uw nizt vrknkc’ is de blindelingse versie van ‘Brugge is niet veilig’.)

Maar goed, een beetje bangmakerij in een stad met één boef, twee schavuiten en drie kwajongens gaat er altijd in.

Er is in Brugge een partij die naar uw stem hengelt met de slogan ‘Kies veilig’. Gek, want die partij is niét CD&V – en als er één partij is die de voorbije twaalf jaar Brugge leefbaar en veilig heeft gehouden, dan is het wel de partij van de burgemeester; wie het tegendeel beweert, is ter kwader trouw en verdient derhalve uw stem niet. (Waarmee ik niet gezegd heb dat CD&V uw stem wél verdient. Ik wil uw intelligentie niet beledigen.)

Er is in Brugge een meneer die naar uw stem hengelt met de zinsnede ‘ik zit veilig jullie ook ..?’ Ja, zo staat het er – ’t is een soort van vrije versvorm. De meneer in kwestie, die opkomt voor een partij die eigenlijk niet meer bestaat maar dat nog niet beseft, heeft zich laten fotograferen in een tuintje, met voor zich een bruine hond in profiel die er een beetje uitziet als een bange dobermann – door de ietwat ongelukkige plaatsing van het tekstballonnetje valt het niet uit te sluiten dat het de hond is die ‘ik zit veilig jullie ook ..?’ zegt.

Er is in Brugge ook een meneer die naar uw stem hengelt met de slogan ‘Honger naar jonger’. Kijk, dàt lijkt me niet veilig.

AVONTUUR

Wij sprongen op de fiets en reden door weer en wind heldhaftig naar ‘Looi’, waar in het zaaltje achter het café Freddy de pinten tapte en puistenkoppen op het podium vernieuwend lawaai maakten. Of naar De Kelk, waar naar verluidt kunstenaars kwamen en je dus maar beter zo artistiek mogelijk kijkend kon binnenstappen. Of naar die spuuglelijke Oberbayernzaal in het Boudewijnpark, waar je van iemand met een nep leren jekker en polsbandjes gratis gigantisch op je muil kon krijgen. Of naar het Schuttershof, de Groene Poorte, het Tempelhof, de Patria, het Jagershof, het Tramhuis, Rustenhove…: het maakte niet uit hoe schamel de stal was, de schaapjes vonden wel de weg erheen, want het was er warm en droog – en je maakte wat mee: krampachtig tongzoenen en gulpend kotsen, bijvoorbeeld, bij voorkeur in die volgorde.

Wat is ze toch te beklagen, de Brugse jeugd van tegenwoordig. Die arme jongens en meisjes moeten het stellen met de Entrenous, de Factor Club, de Entrepot, de Magdalenazaal, de Villa Bota…: plekken die door de overheid ofwel worden bedacht, neergepoot en gefinancierd, ofwel in het algemeen belang op veiligheid en geluidshinder worden gecontroleerd. Wij, helden van toen, wij konden ons tenminste nog in holen wagen waar de elektrische bedrading door de waterleiding liep en de brandveiligheid werd getest door smeulende sigarettenpeuken achter het behangpapier te duwen; er was één gangetje naar de zaal, dat dermate smal was dat je bij het naar binnen of buiten schuifelen wel tegen dat breedgeschouderd stuk krapuul moest aanschurken, wat je soms op een flinke fluim dan wel een stevige stomp kwam te staan – de meisjes, die gelukzakken, werden hooguit in de kont of tietjes geknepen.

De Brugse jeugd wordt platgepamperd. Avontuur? Een trendy jasje van Jack Wolfskin.

VOETVOLK

Ik woon op strompelafstand van de Markt – als geoefend strompelaar sta ik er in een kwartier. Dat is mijn grootste zegen: dat ik alles te voet kan doen.

Zeker, met de fiets ben je er sneller, maar ik weiger in mijn vrije tijd gehaast te zijn én ik hou niet van pijn aan mijn poep – sommige straten kunnen zo Parijs-Roubaix in. Dat komt ervan, als je vasthoudt aan kasseien. Illusies kosten geld en doen pijn. (Ik probeer het me weleens voor te stellen, hoe pakweg de Steenstraat eruit zou zien zonder kasseien. ‘Niet meer als vroeger’, nee, maar dat is een vals argument; de Eiermarkt ziet er ook niet meer uit als vroeger, en gelukkig maar. Nostalgie is geen goed beleidsinstrument. En néé, die miljoenen toeristen komen niet naar Brugge voor de straatstenen. Zolang we het stadhuis niet afbreken, zullen we kant blijven verkopen.)

Met de auto ben je er niét sneller. Je moet immers ook parkeren. Eerst enkele rondjes rijden, tegen beter weten in. Dan héél even overwegen om een plaatsje ‘bij te maken’ – in vaktaal: foutparkeren. Finaal, uit angst voor de boete of de takelwagen of – godver – krassen in het lak, dan maar ondergronds; ook daar weer even rondrijden, een plekje vinden, omzichtig manoeuvreren, je weg naar boven zoeken en tenslotte met bloeddruk 16/9 aan de oppervlakte komen. Ondertussen ben ík al aan mijn tweede biertje. Triomf van het voetvolk. (Meer van dat, zeg ik. De mens als norm voor de stad, niet andersom. Het kind zal Brugge leefbaar houden.)

Met het openbaar vervoer ben je er soms. Zeker, de Bruggeling zit overdag massaal op de bus en hoera daarvoor, maar wie des avonds van z’n pensioentje de middenstand wil trakteren, die moet de klok in de gaten houden. Zoniet dreigt hij om middernacht in een dolende ridder te veranderen, die eenzaam over de kasseien strompelt.

BED

De beste plek in bed is in het midden.

Ziedaar de horizontale waarheid die de befaamde VRT-journalist Ivan De Vadder dinsdagavond in het Eén-programma ‘De Laatste Ronde’ formuleerde om te verwijzen naar de comfortabele positie van Renaat Landuyt.

Immers, uit een peiling van deze krant blijkt dat de Bruggelingen de sp.a even groot maken als de CD&V én de sp.a-lijsttrekker het meest geschikt achten als burgemeester. In die hoedanigheid zou de heer Landuyt dus kunnen kiezen met welke bedpartner hij zich politiekgeslachtelijk wil verenigen: met de vinnige sjaaldraagster Ann Minne-Soete of met de ietwat tevergeefs glimmende Dirk De fauw. Anders gezegd: met de mensvriendelijke versie van Pol Van Den Driessche of met de bibberig gecalqueerde versie van Patrick Moenaert. Staat in dit scenario sowieso in haar wuftste negligeetje te pruilen aan de rand van het bed: de crossmediale tycoon Mercedes Van Volcem. Blauw wordt, althans in het stemhokje, kleiner dan Groen. (Ik daag u uit om zonder spieken de lijsttrekker van Groen te noemen.)

Nu moet je met peilingen natuurlijk ontzettend uitkijken – uit een peiling die mijn vader ooit bij zichzelf heeft uitgevoerd bleek dat ik advocaat zou worden –, maar je leert er wel altijd iéts uit: in dit geval dat de coalitie Groen-Open VLD-Vlaams Belang-LDD mathematisch onmogelijk is. Al de rest kan. Tenzij er al een voorakkoord is.

Voorakkoorden zijn nog zo gek niet. Noem ze voor mijn part een hernieuwing van de huwelijksbeloften. We hebben het de voorbije zes jaar prettig gehad, met elkaar in bed, en dat willen we gerust nog eens zes jaar doen.

Nog dit: ik heb in deze campagne een stout Brugs partijtje gemist. Eentje dat, desnoods met maar één agendapunt, al die grote jongens en meisjes een beetje deed blozen. En er vervolgens lekker niét mee naar bed ging.

DE CAJE

 

Ik had ‘m niet meteen herkend, de voorzitter van het stembureau waar ik zondag de democratie ging beoefenen. Tot hij me hardop aansprak: “Dag Jan”, galmde het, dwars door alle spaanderplaten heen.

“Ha, hallo. Ik had je niet meteen herkend”, antwoordde ik dus – ik verzin nóóit iets in een column. “Je lijkt wel vermomd. In een socialist.”

“Whooaaa!”, zei hij verongelijkt en weinig voorzitterlijk. Ik zette mijn gemoedelijkste glimlach op, wuifde eens zoals Columbo steevast deed als hij eigenlijk al wist wie de dader was maar dat nog niet wou laten blijken, en wandelde voor mijn leeftijd gezwind naar buiten. De toekomst was begonnen.

Een socialist. Er zijn mensen die dat een belediging vinden.

Die mensen kunnen er maar beter aan wennen: behoudens een VincentVanQuickenborniaanse stadsgreep, wordt dus een socialist de nieuwe burgemeester van Brugge. Een wat slome socialist – zo lijkt het althans: tot in de eeuwigheid zal Renaat Landuyt worden herinnerd als de man die het hele land in slaap praatte toen hij als verslaggever van de commissie-Dutroux tijdens een live tv-uitzending de bevindingen van die commissie voorlas. Doch vergis u niet: de Caje leek ook een slome – tot hij een korte broek aantrok en als een éénmanspantserdivisie dwars door de vijandelijke linies daverde, alom ravage aanrichtend.

Diezelfde mensen hoeven zich evenwel al bij al geen zorgen te maken. Er zijn geen vijf manieren om Brugge te besturen. Er is de kip, er zijn de gouden eieren, en klaar. Al de rest is opsmuk. Een tierelantijntje hier, een subsidietje daar, een Gangnam Style stoelendansje en misschien op woensdag in het tehuis een extra puntje taart. Cultuur en confituur. Onder het oog van kameraad CD&V.

En voorts moet de Bruggeling dus alvast nog jarenlang naar Barcelona, als hij eens op de Ramblas wil flaneren.

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: