Skip to content

Column 487

February 2, 2013

WAARSCHUWING VAN DE WEEK

In deze column zal ik het over poëzie hebben. 

 

VRAAG VAN DE WEEK

Bent u er nog?

 

VASTSTELLING VAN DE WEEK

U bent er nog. Welaan dan. Ik zal proberen het niet al te saai te maken.

Eén week per jaar. Meer is het niet. Eén week per jaar gaat het in deze Dietse contreien over poëzie. Er is Gedichtendag, er is – in het noorden – een nieuwe Dichter des Vaderlands, en er is – in het zuiden – een rel. Zij vieren, wij rellen. Daar polonaise, hier politiek. Hoe treurig is dat. 

Gedichten verdienen een beter lot. Gedichten zijn belangrijk. Van verjaardagsvers tot liefdesrijm, van elegie tot nieuwjaarsbrief: herauten van het gemoed, acrobaten van de taal. Kijk, zo lenig is de taal. En zo lenig dus ook het denken. 

Gedichten zijn getuigen.

 

VERRASSING VAN DE WEEK

In deze column heb ik het ook over seks! 

(Nu, poëzieliefhebbers hadden het kunnen weten. Dichten en seks zijn één. Een dichter die geen seks heeft schrijft over verlangen en een dichter die wel seks heeft schrijft over al de rest.) 

Donderdag las ik in deze krant dat uit Amerikaans onderzoek blijkt dat mannen die helpen in huis minder seks hebben dan kerels die het werk aan het wijf laten. 

Ja, daar sta je mooi, met je keurige opvoeding. Bedankt hoor, vader en moeder, bedànkt. Ik had verdomme een kerel kunnen zijn, maar jullie hebben van mij ocharme een man gemaakt. Een man. Iets dat wast en plast en winkelt en kookt. Iets dat dingen zegt als “Schat, zal ik na het dweilen snel even naar de supermarkt lopen en dan gezellig voor ons tweetjes koken?” Iets dat ervoor zorgt dat er altijd genoeg wc-eend in huis is. Iets dat hoofdpijn begrijpt. Iets dat gedichten over verlangen schrijft. 

De onderzoekers raden mannen overigens af om kerels te willen worden. Dat maakt de baas boos.

Ach, seks is een snoepje.

 

BEKENTENIS VAN DE WEEK

Ooit heb ik gedacht dat er in mij een dichter school. 

Ik was vijftien en vond dat het zo stilaan tijd werd dat ik mijn oeuvre aan de buitenwereld schonk. Ik had er tenslotte al een jaar of drie aan gewerkt. Nu eens uren naeen omzichtig geknutseld, dan weer slechts een flits, een kriebel. Die meteen briljant was – ik kon er verliefd naar kijken. Zoals je het niet naar meisjes durft.

Ik was vijftien en stapte op een dag de trein op. (Het mocht van thuis. Na minutieus vooronderzoek en uitroeping van fase 1 van het rampenplan.) Onder mijn arm een moedig mapje: daarin staken de gedichten die ik zou voorleggen aan een meneer die daar veel van wist. Die meneer woonde in Gent.

De meneer bleek een oude grijze man, die wat moeizaam bewoog. Hij las mijn gedichten, bromde nu en dan goedkeurend, keek me over de rand van z’n bril aan en zei dat ik talent had en zeker moest blijven schrijven. 

Voor de terugreis liet ik de trein voor wat die was. Ik nam een wolkje. 

 

AFSCHEID VAN DE WEEK

Dat van Patty Andrews, de laatste der Andrews Sister. Met haar zussen LaVerne en Maxine zong ze liedjes als:

‘Of all the boys I’ve known and I’ve known some

Until I first met you I was lonesome

And when you came in sight, dear, my heart grew light

And this old world seemed new to me’

Daar konden ze zich wel iets bij voorstellen, die Amerikaanse soldaten hier in het ontplofte Europa. 

Gedichten zijn een krik voor het hart.

Advertisements

From → Uncategorized

One Comment
  1. Erik permalink

    Warempel, u wordt beter met de week.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: