Skip to content

Eindexamen

June 11, 2013

Ik weet niks te verzinnen.

Het is vrijdagmiddag, halfdrie. Ik zit aan tafel en staar naar het scherm van mijn laptop. Waarover zal ik het deze week eens hebben? Geen idee. Mijn hoofd zit namelijk vol met Het Telefoontje Dat Niet Mag Komen.

Zo doen ze dat tegenwoordig, met jongelui die hun eindexamen hebben afgelegd: als je op een welbepaalde dag tussen zo en zo laat géén telefoontje krijgt, betekent dat dat je geslaagd bent. Welnu, voor mijn dochter is dat vandaag vrijdag, tussen vier uur en kwart voor zes. Dat ze ongelofelijk zenuwachtig was, zei ze deze middag toen ze even binnenwipte – waarna ze gauw weer de stad in fietste, want ongelofelijk zenuwachtig zijn is veel fijner met vrienden en vriendinnen dan met vaders. Die lopen aldoor zenuwachtig te toeteren dat ze niet zenuwachtig zijn. Echte mannen, pfff.

Kwart voor drie. De regen klettert neer op het glazen keukendak en de terrasvloer. Het schuifraam staat open, ik luister. Er schiet me niks te binnen. Zal ik het dan maar even hebben over het concert van Lou Reed, maandag in Vorst? Tjokvol intellectuelen zat het daar – dat zag je zo. Die strakgemontuurde kennersblik! Dat jofele jasje! Die bestudeerde nonchalance! En toen ging het licht uit en beleefde ik een wonderschoon uur. Die jongen zal doorbreken, zei ik na afloop van het concert in het pissijn tegen een intellectueel naast me, waarna ik briljant wegwandelde. Wat doet dat deugd, zo af en toe eens met een intellectueel te kunnen praten!

De telefoon gaat. Ik schrik me een zomerhoedje – het is inmiddels gestopt met regenen en een flauw zonnetje valt zomaar in huis – en kijk naar de klok: oef, pas kwart over drie. Gerustgesteld grijp ik mijn mobieltje. Het is mijn goede vriend de culinaire adviseur met de fleurige hemden. Met hem ben ik naar Lou Reed geweest en we praten de week even bij. Ten afscheid weet hij te melden dat hij morgenavond uit eten gaat. Mooi, heb ik weer iets om naar uit te kijken: een smakelijk verslag, mét prijsvork.

Drie voor vier. Dochter valt binnen. Komt ze dan toch gezellig samen zenuwachtig zijn, de schat. We kwebbelen wat verstandige praat bijeen en dan verdwijnt ze onder de douche. Schrijf jij maar lekker verder, zegt ze gul. Lekker verder, lekker verder, jij hebt makkelijk praten, brom ik in gedachten. Ik kan de mensen toch niet gaan vervelen met wéér maar eens iets over Bart Somers?

Toch wel, hoor.

Uit onderzoek blijkt, zo zei de VLD-voorzitter deze week op tv, dat de VLD het grootste slachtoffer zou zijn van de afschaffing van de stemplicht – en dat zijn partij daarvoor pleit. Hoofdschuddend aanschouwde ik de kampioen der democratie. Hoe is het mogelijk, zo vroeg ik mij gepijnigd af, dat deze partij niet glansrijk gewonnen heeft? Nu zitten we daar schoon, met dichtgeknepen billen, overgeleverd aan de grillen van het ongrijpbare fantoom genaamd goed bestuur.

Als ik opkijk is het kwart voor vijf en komt mijn dochter in een stoomwolk gehuld uit de badkamer gegleden. Ruim zeven minuten later stapt ze de voordeur uit – een praatje gaan slaan in de winkel waar ze een vaste vakantiejob heeft. Dat is veel beter, qua zenuwachtig zijn. Alweer begrijp ik het volkomen. Immers, dit is het lot der vaders van dochters: dat zij, ondanks zichzelve, dienen te begrijpen. Vaders van zonen dienen niet te begrijpen. Aanvaarden volstaat. Zoals je na een verloren voetbalmatch de nederlaag aanvaardt. Begrijpen hoeft niet. Gewoon eens krachtig vloeken, en zeggen dat ze het best wel flink hebben gedaan, Onze Jongens Jr., tegen die enge Serviërs, dat ze met opgeheven hoofd enzovoort enzovoort, en dat we nu nog een biertje gaan drinken zie. Kin omhoog, de ogen in het glas.

Halfzes. Het regent weer from hell. Ik ga staan en stap stram door de kamer, handen laag op de rug, even die goeie ouwe nieren knuffelen. Dat lichaam van me, nou, ik wens het niemand toe – tenzij voor wilde seks, doch daar staat mijn hoofd nu niet naar. Mijn hoofd zit – zoals de aandachtige lezer al weet – vol met Het Telefoontje Dat Niet Mag Komen.

Dan gaat de telefoon.

Slik.

Het is Brussel. De eindredactie. Wanneer mijn column er aan komt, en welke fotootjes erin moeten.

De snoodaards.

Ik zet de tv aan om op Teletekst na te gaan hoe laat het écht is. Ik stuit op een renner die dopingvrij een berg op fietst, vanwege de Ronde van Zwitserland. Nog twee kilometer, zie ik. Even gaan zitten, even volgen. Even iets.

Twee voor kwart voor zes. Mijn dochter komt binnen. Samen zwijgen we gezellig zenuwachtig de seconden vol. Dan is het kwart voor zes. We kijken mekaar aan. Zij één en al glimlach, ik één en al vader. Niks, ik weet niks te verzinnen.

 

(Gepubliceerd in Het Laatste Nieuws in 2007.)

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: