Skip to content

Brillen

June 20, 2013

Vroeger was het simpel. Er waren twee soorten brillen: de brillen die je leuk vond en de brillen die vader en moeder leuk vonden. Je sjokte de winkel binnen, werd op een stoel gezet en hield moedeloos je mond. Een man in een soort van witte stofjas kwam op vader en moeder afgestapt en vroeg waarmee hij ze van dienst kon zijn. Een bril, antwoordden die vrijwel eenstemmig en geheel naar waarheid. Waarna het trio zich een weinig van je verwijderde en met gedempte stemme kort onderling overlegde hoeveel het kreng mocht kosten. Vervolgens zette de stofjas je iets op de neus waarmee je nog stommer leek dan je kleine broer – die niet eens een bril droeg. Prima zo, stelden vader en moeder gezamenlijk vast. Er werd afgerekend en enkele dagen later liep je voor de rest van je leven als een paria rond. Op de speelplaats probeerden oudere jongens voor de sport je brilletje van je neus te mikken middels een van zo dichtbij mogelijk keihard uit de hand getrapte natte bal. Soms lukte het ze. Dankbaar raapte je dan de restjes van je bril op, gloeiend van blijdschap om de diepe jaap die het rondvliegend glas in je voorhoofd had geslagen. Eindelijk! Eindelijk zat er misschien een leùke bril in! En dat het niet eens je eigen schuld was geweest! Dat bewees die jaap! Wat een meevaller! Vol goede moed begaf je je naar huis. Alwaar moeder met de meegebrachte restjes en enkele versneden kleefpleisters iets ineenknutselde waarmee je ’s anderendaags naar school moest – je was een wandelend accident.

Vandaag is een bril kiezen een hoogst ingewikkelde bedoening. Wanneer je ’m draagt. En waar. De vorm van je hoofd. Waar je oren zitten. En waar je neus. En welke oren, en welke neus. De kleur van je huid. De kleur van je haar. Het haar op je hoofd en het haar op je gezicht. De dikte van je wenkbrauwen. En die van je persoonlijkheid – want daar gaat het in deze moderne tijden voornamelijk om: je hoort een bril te kiezen die mede uitdrukt wie je bent. Dan zit je daar, in zo’n hedendaags vormgegeven brillenboerpand, met voor je op tafel twintig montuurtjes – zo heten die dingen. Stuk voor stuk zet je ze op je neus, daarbij telkenmale een wijle in de spiegel kijkend. Je ziet een wazig manshoofd met een wazige bril. Had ik maar m’n eigen bril op, dan zàg ik tenminste wat, bedenk je zorgelijk. Doch er is geen weg terug: je moet iets kiezen – iets wat bij je persoonlijkheid past. Met de moed der wanhoop zet je een stuk of zes montuurtjes ten tweeden male op je snufferd en blik je een stuk of zes keer hulpeloos in de spiegel, speurend naar een persoonlijkheid. Ben ik rond? Ben ik hoekig? Ben ik strak? Ben ik speels? Ben ik stil? Ben ik luid? Ben ik grijs? Ben ik kleurrijk? Ben ik gek?

Bijna wel, ja. Om het niet te worden veeg je fluks vier montuurtjes opzij, verkeerdelijk veronderstellend dat de keuze thans eenvoudiger is. Grijnzend staren de twee resterende exemplaren je aan. En plots besef je: mijn persoonlijkheid is ofwel déze bril, ofwel die andere. Er is geen tussenweg. Een diepe existentiële angst overvalt je. Besluiteloosheid is de enige redding. Verlamd zit je te wachten tot de hedendaags vormgegeven brillenboer je uit je lijden verlost en je op een fraai detail wijst in één van beide exemplaren. Ja, vind ik ook, zeg je opgelucht. Doe die maar. Jaja, neenee, ik ben zeker, die wordt het.

Enkele dagen later wandel je nieuw de wereld in, je verheugend in de vele complimentjes die je te beurt zullen vallen, met je persoonlijkheid waarvan je niet wist dat je ’m had.

(Gepubliceerd in Het Laatste Nieuws in 2009.)

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: