Skip to content

Zon

July 1, 2013

hij ging naast haar zitten, voorzichtig, te traag bijna. de divan had nauwelijks een krimp gegeven.

op het tafeltje stonden de kopjes thee, onaangeroerd, flauw dampend. er viel wat zonlicht in de lepeltjes. de hond zwaaide achteloos een voorpoot door de lucht.

wat zal ik zeggen, dacht hij, doet het er iets toe?

ze rookte met langzame, onhoorbare halen. de rook klom statig in de zon naar het plafond. hij keek haar aan. vreemd, dit silhouet, dit gezicht van een vrouw die mij zo dierbaar is, dacht hij, zo dierbaar, dat ik niks anders kan dan erover te zwijgen. wat kan er nu meer gezegd dan gedacht worden?

ze drukte de sigaret zorgvuldig uit in de aarden asbak en streek een denkbeeldige vouw in haar jurk glad. op straat klapte een portier dicht en een zacht gebrom gleed tergend traag weg. een fietsbel rinkelde, een kind riep, opgeschrikte vogels klapfladderden omhoog.

het is lente, stelde hij vast, maanden heb ik ernaar uitgekeken. en nu? ik zit met haar op de divan, straks drinken we koude thee en geven we de hond koekjes, en zo is het goed.

ze ging staan en stapte geruisloos naar het raam. even leek het of ze verveeld zuchtte, maar toen werd bij de buren de radio aangezet en langzaam gleed Mozarts eenentwintigste langs de muren naar binnen.

hij keek haar na vanuit de veilige divan, en overdacht even of hij naar haar toe zou lopen en zijn hand op haar schouder zou leggen. besluiteloos bleef hij in zijn luie lichaam in het bruine kussenfluweel.

ik heb geleerd om het overbodige in te zien en na te laten, mijmerde hij. te vaak was ik bezig, bezig, bezig. nu is er rust en zij is hier met mij in deze kamer.

licht geruis deed hem opkijken. ze had zich omgedraaid en nu was haar figuur duidelijk afgelijnd tegen het heldere raam. een mens om van te houden, een vrouw om lief te hebben, een schouder om op uit te huilen, een schoot om ’s avonds mijn moeë hoofd in te vlijen, stelde hij in een flits vast.

‘lieverd’, had hij willen zeggen, maar als versteend bleef hij gebogen de hond aanstaren, die zich onbekommerd op zijn rug wentelde. de zon scheen prachtig.

 

(Ongepubliceerd, 1983.)

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: