Skip to content

Zenuwachtig

July 26, 2013

Het is al de hele morgen duidelijk: Pascal heeft er vandaag weer eens geen zin in. In volle lengte ligt hij op de divan in de tv-hoek en slingert zijn luide ongezouten kommentaar door het lokaal. Alle meisjes zijn hoeren, die straks wel even over zijn lul worden geschoven. De jongens zijn dommekloten, met eikels als konijnekeutels. Zelfvoldaan zit hij grijnzend het effekt van zijn tirades in te schatten, terwijl hij de inhoud van de divan met vaardige vingers tevoorschijn tovert en daarna schijnbaar achteloos in brand steekt. Een walm verspreidt zich door de enge ruimte, waar een vijftiental lichamen zitten te zweten onder de onafwendbare aprilzon.

‘Pascal, als je toch geen zin hebt om mee te werken, mag je gerust beneden in de zon gaan zitten’, probeer ik voorzichtig.

‘Ik lig hier prima’, komt gelijk het antwoord, ‘ik zie graag mensen werken.’ Behaaglijk nestelt Pascal zich wat dieper in de divan, en hij laat ter bevestiging een krachtige, langgerekte boer.

‘Luister, Pascal, ik zou nu echt willen dat je kiest: meewerken of buiten in de zon zitten. Wat je nu doet, is niet fair tegenover de anderen’, zeg ik nadrukkelijk, terwijl ik langzaam naar hem toeloop.

‘Je bent een zaag en een zeveraar’, doet hij verongelijkt, terwijl hij heel traag rechtop gaat zitten.

‘Ik word betaald om te zagen en te zeveren, en ga nu maar naar beneden’, antwoord ik met een uitgestreken gezicht. Uit de andere hoek van het lokaal klinkt gegniffel, alle werklust is nu wel verdwenen.

Pascal opent de deur en gaat de trap af, terwijl hij wild op de muren bonkt. Ik schiet hem achterna en roep driftig dat hij wel wat manieren mag leren. Plots stopt hij, en draait zich om. Ik zie de adrenaline naar zijn hoofd schieten. Briesend komt hij terug naar boven gestormd, honderdnegentig centimeter en vijfentachtig kilo alarm. Dapper besluit ik me niet aan te stellen tegenover de anderen door de deur dicht te gooien en te sluiten. Instinktief zet ik een stap achteruit, en voel met mijn hiel de massieve muur achter me. Trillend van woede houdt Pascal me gevangen tussen de muur en zijn machtig lichaam.

‘Jij denkt toch niet, ventje, dat jij mij manieren zult leren?’ sist hij me toe. Vlokken speeksel spatten op mijn brilglazen. Ik kijk hem niet aan, maar staar langs zijn imposante schouders het trapgat in. Razend snel suist me allerlei onbevattelijks door het hoofd. De zenuwen gieren door mijn hele lijf. De tijd duurt een eeuwigheid, duurt een tel, ik weet het niet. Bewegingsloos, omdat ik weet, nee voel dat hij me in elkaar ramt als ik iets doe, praat ik heel langzaam, terwijl de anderen vanuit het lokaal toezien. De stilte is beangstigend, dus ik praat.

‘Doe nu geen gekke dingen, Pascal’, zeg ik luid en zo vastberaden mogelijk, ‘ga naar beneden en koel wat af.’

Nog even blijft hij zwaar ademend voor me staan, duideliijk genietend van zijn machtspositie. Dan draait hij zich om, en loopt de trap af zonder iets te zeggen. Het lijkt wel of ik gedroomd heb, maar de daver blijft me op het lijf.

Een kwartier later praten we het uit. Niks aan de hand, zo meent Pascal, hij is gewoon wat zenuwachtig.

 

(Niet eerder gepubliceerd. Opgeschreven in 1988)

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: