Skip to content

Lot

January 24, 2014

Het is twee uur ‘s nachts en ik ben moe. De regen ruist op het glazen keukendak, het licht van de straatlantaarn valt vlekkig naar binnen, nachtschaduw glijdt door het huis. Ik zit aan tafel en staar naar het schermpje voor me. Nu moet het gebeuren. Ik moet letters tikken die woorden worden. Ik moet woorden tot zinnen schikken en zinnen tot paragrafen. Dit is de voorlaatste dag van het jaar, de voorlaatste dag van het decennium en de eerste dag van de toekomst. Wat stel ik vast?

Dat het leven ook dit jaar weer één langgerekte oefening in afscheid nemen is geweest, bijvoorbeeld. Afscheid nemen en verweesd achterblijven. Afscheid nemen en wegwandelen – zonder omkijken. Je verlaat en wordt verlaten. Dat is je lot, mens.

Gelukkig valt er tussendoor wel wat te lachen. Dankbaar denk je terug aan al die patsers en aanstellers en opscheppers en malloten die zo goed waren om ook dit jaar weer een spektakel van zichzelf te maken. Dankbaar denk je terug aan je geliefden en vrienden met wie je je uren hebt zitten vermeien in luchtige scherts en schaterlach. Dankbaar denk je terug aan die ene zin, die ene grap van een collega, waar je heel even onbedaarlijk om moest lachen en waardoor je de rest van de werkdag verbazingwekkend goedgeluimd bleef.

Ja, besef je plots, ik ben een bofkont. Mijn leven mag er best zijn. Het is, bijvoorbeeld, véél leuker dat dat van de buren. Zijn me dat saaie sukkels. Die leven precies tegen hun zin. En heb je die kinderen al eens goed bekeken? Tjonge, na eentje was ik er toch mee gestopt, hoor. Wat een zielig zootje. Kom daarmee buiten. Waarna je blijgemutst een foto van je eigen nageslacht ter hand neemt en met voldoening vaststelt dat het hier wezens van een uitzonderlijke schoonheid en fijnbesnaardheid betreft, met een diep en rijk gevoelsleven en een reeks talenten die de wereld zullen verbazen. Je gloeit een beetje. Ook dat is je lot, mens.

Er is zo weinig waaraan je kunt ontsnappen. De dood overvalt je, en zoniet, het lijden. De liefde overvalt je, en zoniet, de lust. De eenzaamheid overvalt je, en zoniet, het verdriet. Wat telt, wat wérkelijk telt, is ongrijpbaar. Geblinddoekt graai je in het rond, jezelf wijsmakend dat het ertoe doet. Dat het zin heeft, dat graaien. Dat het de kans vergroot dat je wat te pakken krijgt. Want je wil wel wat. Veel, zelfs. Je wil én carrière én gezin, én gezondheid én genot, én onschuld én wijsheid, én stad én platteland, én ontroering én koud bloed. Je kunt niet anders dan te willen. Je bent ondanks jezelf jezelf. Je dwarrelt in vlokjes, gutst in vlagen, zindert in het stof. Het is je lot.

Het is vijf uur ‘s nachts en ik ben klaarwakker. Het regent niet meer. Het licht van de lantaarn valt strak naar binnen. De nachtschaduw ligt roerloos in huis. Ik staar naar het schermpje. De toekomst begint.

 

(Gepubliceerd in Het Laatste Nieuws in 2009.)

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: