Skip to content

Café Central

September 13, 2014

Hij kon de indruk niet van zich afzetten: de directeur had een slecht verdoken lachje op de lippen toen hij bedankt had voor het “niet onaardige maar om praktische redenen onuitvoerbare” plan.
Er viel een vervelende aprilregen. Hij dook wat dieper weg in de kraag van zijn regenjas en stapte driftig richting station.
Hij duwde een zware glazen deur open en stapte het café binnen. Er hing een vettige lucht, en klaarblijkelijk had men nog de tijd niet gevonden om de asbakken schoon te maken. Met een zucht van afkeer schoof hij achter een beduimelde tafel.
“Wat mag het zijn?”
“Koffie, graag.”
De baas gooide de vaatdoek over z’n linkerschouder en keerde zich naar de koffiezet bij de muur.
Tegen de bar stond een vijftiger geleund die een jenever achteroversloeg, en aan het raam zat een jonge vrouw met klissig haar zenuwachtig in een kop warme chocolade te roeren. De radio stond op halfzacht en heel vaag klonken de waterstanden door.

Het kon haar eigenlijk niet erg schelen dat het plots zo hard was gaan regenen.
Ze zou niet vlug de mislukte verontschuldiging vergeten, die hij op zijn gezicht had getoverd, even voor ze een inderhaast gepakte koffer onder haar arm had geperst en tussen twee huilbuien door de deur achter zich had dichtgeklapt.
En nu? Naar ma en pa, de trein, richting station.
Ze duwde een zware glazen deur open en stapte het café binnen. Er hing een verlaten sfeer, de asbakken stonden nog te stinken, en een man was bezig lege kopjes schoon te spoelen. Ze ging aan het raam zitten en staarde mistroostig naar buiten.
“Ja, juffrouwtje?”
“Warme chocolade, alsjeblief.”
Hij zette twee natte kopjes neer en viste een poederpakje uit het rek boven zijn hoofd. Tegen de bar stond een vijftiger jenever te drinken.
De waard zette de radio aan en de restjes van het korte nieuws gleden door haar hoofd.

Daar knap je tenminste van op, dacht hij, en hij stapte bijna goedgemutst onder de pletsende regen verder. Alleen, die kleffe smaak in zijn mond, die ging er niet mee weg. Hij streek zijn verwarde haren naar achteren en keek tersluiks in een winkelraam – eentje dan maar, om te spoelen?
Hij duwde de zware glazen deur open en stapte het café binnen. Er hing nog dezelfde lucht als gisterenavond. Had Jean nog geen raam opengezet?
“Willem. Zoals gewoonlijk?”
“Jean. Ja.”
Jean zette de bezem opzij, haalde de fles onder het aanrecht vandaan en schoof die samen met een borrelglas voor Willems neus.
“Schenk zelf maar.”
“Laat de radio nog even uit, wil je?”
Jean knikte en keek heimelijk naar Willems ongeschoren wangen.

De stem van zijn vrouw en de geur van sterke koffie haalden hem uit zijn slaap.
“Jean? Halftien!”
Mopperend werkte hij zich van tussen de lakens en wreef zich nadenkend over de slapen.
Hoeveel ellende krijgen we vandaag weer over de vloer, dacht hij, terwijl hij twee klontjes suiker in zijn kopje liet glijden en genoegzaam van de hete koffie slurpte.

(Niet gepubliceerd. 1983.)

Advertisements

From → Uncategorized

Leave a Comment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: