Skip to content

Column 587

June 13, 2015

VASTSTELLING VAN DE WEEK

En zo gaat het altijd: jij krabt aan de dagen en legt het leven bloot, het leven krabt aan jouw dagen en ontbloot de dood.
Ja, zo gaat het altijd, maar soms word je er nét dat ietsje harder met je neus in gewreven, in de weeë geur van vleselijke eindigheid. En hoe ouder je wordt, hoe somser. Vraag aan tachtigers of ze nog wel eens buitenkomen, en ze zullen antwoorden: “Ja, voor begrafenissen.” U en ik, wij doen terrasjes, zij koffietafels. De dood bedient – dienst inbegrepen.
Ja, de dood bedient. Nu eens brengt hij grote dampende schotels vol onverteerbaar verdriet, dan weer een eenvoudig smakelijk cakeje – de madeleine van Proust: je proeft het en je kop spat open van de herinneringen.
Neem nu James Last, de ons deze week ontvallen, met een apart gevoel voor vestimentaire esthetiek begiftigde orkestleider. Het bericht van zijn heengaan volstond om je in één klap weer kind te weten, een kind van twaalf dat nog niet veel besefte, behalve dit: James Last stond voor alles waaraan je wou ontsnappen. De bedorven bravigheid, de gecommandeerde joligheid, het immer dreigende vooruitzicht dat je ouders zouden uitbarsten in wemeltaal en wankeldansen, daartoe geïnspireerd door iets te veel Martini Bianco. Doch er was geen ontsnappen aan: James Last was overal. Overal in jouw universum – want jouw universum was het universum van je ouders, minus de seks. (De kinderrechtencommissaris moest nog geboren worden.)
Of neem nu Christopher Lee. Je verneemt dat de legendarische acteur is overleden, en meteen grijp je naar een tros look – je bent weer tien en hebt net iets gruwelijks gezien. Of beter: je dénkt dat je iets gruwelijks hebt gezien. Iets dat zich dáár, in die schaduw bovenaan de trap, of dáár, in die donkere hoek op straat, schuilhoudt en klaarstaat om je te bespringen. Terwijl dat iets aldoor gewoon op z’n gemakje grijnzend in je hoofd zit – het allerbeste plekje, voor een vampier.
Hij hoefde er niet eens wat voor te doen. Jij zat daar, met een kussentje half voor je ogen, gespannen naar het scherm te staren, en zonder dat je het merkte ging er in je hoofd geruisloos een deurtje open, en hij, hij lachte z’n vreselijke tanden bloot en glipte ongezien naar binnen. Het deurtje ging al even geruisloos weer dicht – de camera zoemde uit: boven het deurtje hing een bord, met daarop, in bloeddoorlopen letters, het woord ‘Fantasie’.
Ja, daar zat hij dan, in je hoofd, die dekselse vampier. Handenwrijvend keek hij om zich heen. Oeh, toch een beetje eenzaam, stelde hij vast – hij mocht graag een kaartje leggen, en patience steekt gauw tegen. Dus liet hij, één na één, z’n maatjes binnen: spoken en monsters en zombies en aliens en haaien en mannen met messen en spiesen en wurgkoorden en kettingzagen. Gezellig. “Weet je wat?”, zeiden ze glunderend tegen elkaar, “Laten we even voor de grap een kabeltje trekken naar het deurtje ‘Muziek & Klank’.” Zo gezegd, zo glunderend gedaan, en daarna was je leven voor immer een hel. Want pakweg met een stel lekkere meiden naar de bioscoop, om samen te griezelen en wie weet nog veel meer, dat lukte je niet – één kriepende deur en je werd fysiek onwel. Hartkloppingen, angstzweet, opstand der darmen: nee, dan leek de dood een veel leuker idee.
En dus trok je je terug, koning in je zelfverzonnen kasteel, krabbend aan de dagen.

VRAAG VAN DE WEEK

Hoe slapen jullie tegenwoordig, heren?
Ik vroeg het me af toen ik vernam dat van de zeven artsen – onder wie drie psychiaters – die Andreas Lubitz in de laatste maand van zijn leven raadpleegde, er “enkele” waren die vonden dat de Germanwings-copiloot niet meer in staat was om een vliegtuig te besturen, maar dat ze zich netjes aan hun geheimhoudingsplicht hielden.
Ja, ik weet ook wel: als dokters gaan praten, blijven mensen bij ze weg. Maar waar eindigt de dokter-patiëntrelatie en begint de dokter-samenlevingrelatie? En zullen we die 150 doden en duizenden verwoeste familieleden en vrienden dan maar wegmoffelen in de probabiliteitsstatistieken, en het voorts enigszins verveeld schouderophalend hebben over ‘collateral damage’?
De Eed van Hippocrates is zo’n 2.400 jaar oud. Tijd, zo lijkt me, om hem eens binnen te roepen voor een groot onderhoud.

Advertisements

From → Uncategorized

3 Comments
  1. Die laatste paragraaf : zo waar ! Ik formuleerde hetzelfde (iets minder mooi) tegen mijn dochter toen ik dat nieuws hoorde.

  2. Precies!!!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: