Skip to content

Column 590

July 4, 2015

BEKENTENIS VAN DE WEEK

Bij gebrek aan verkiezingen heb ik dit jaar het invullen van m’n belastingaangifte gebruikt als reflectiemoment over de stand der dingen in dit land.
Jawel, ik heb m’n aangifte pas deze week ingevuld, op de laatste dag – ik ben een man van het papier. Eén keer heb ik m’n aangifte elektronisch gedaan, maar dat was het toch niet echt: ik miste de rituelen, het kladwerk, het overzetten naar ‘net’, het keurig nummeren en vouwen van bijlagen, het correct vullen der envelop, zodat het adres van de bestemmeling netjes zichtbaar in het raampje verschijnt, het lijmlikken en dichtkleven der envelop, het fluks op de fiets springen en finaal – na een laatste, nutteloze blik op de envelop – de aangifte in de brievenbus deponeren, met een licht pathetisch zetje na, alsof dat zetje ervoor zou zorgen dat er op weg naar De Grote Afrekenaar niks misloopt met de vrucht van je rekenkundige arbeid. Waarna je je, in een mengeling van voldaanheid en tristesse, huiswaarts begeeft en aldaar een wijle naar een muur staart.
Ja, dat alles had ik gemist, en dus zat ik afgelopen dinsdag weer gezellig aan tafel, me deze keer het hoofd brekend over welgeteld twee codes. Ik las en herlas heelder passages in de Toelichting, raadpleegde de zorgvuldig bijeengespaarde krantenpagina’s over de kwestie, bad een rozenkrans tot de Heilige Rita, tobde nog een halfuurtje en vulde de handel uiteindelijk op goed geluk in. (Inderdaad, ik ben een idioot. Ik had hulp moeten vragen aan een ambtenaar, net als de ruim 854.000 mensen die zulks dit jaar hebben gedaan. 854.000. Dat is, ruw geschat, één belastingbetaler op zeven. Is dat niet beschamend veel, beste overheid? Van twee dingen één: ofwel leven er in België ruim 854.000 dommeriken, ofwel is ons belastingstelsel te ingewikkeld. Kies maar.)
Doch terug naar het reflectiemoment. Het is een andersoortig reflecteren, bij de belastingaangifte. De cijfers zijn naakt. Overtuigingen en meningen, die men in de aanloop naar verkiezingen zo graag tevoorschijn haalt, zijn de garderobe – dan bedekken we de naakte cijfers met de mantel der liefde, zodat je die rare bobbel of dat scheve schoudertje niet ziet. Wie z’n aangifte invult, kan niet naast kwestieuze bobbel kijken: báf, zo veel bruto, báf, zo veel eraf, báf, zo veel netto – is wat ik overhoud fair, is wat men afhoudt fair, is wat men daarmee doet verstandig? Vragen die geen prietpraat verdragen.
Vragen, ook, die Jani met de pet zich dezer dagen stelt, wanneer hij weer eens staat aan te schuiven aan een lege geldautomaat, hopend op een wonder. Voor zichzelf, voor z’n kinderen – zes op de tien Grieken jonger dan vijfentwintig hebben geen baan. Waar, zo vraagt Jani zich af, is al dat geld gebleven, al dat geld dat men onze leiders en banken heeft gegeven? (Jani heeft wat moeite met het concept ‘lenen’.) Onder mijn hoofdkussen ligt het niet, zegt Jani, terwijl z’n ogen heen en weer flitsen over de voorpagina van de krant aan de kiosk. En wat moeten we stemmen, zondag? Wie gaat ons helpen, maandag? Wie moeten we geloven?
Ons, zeggen wij. Je moet ons geloven, Jani. Wij weten wat goed voor je is. Wij weten hoe je crisissen aanpakt en oplost. Wij zijn krijgers van vele oorlogen. Wij dragen onze littekens als eretekens.
En: wij hebben de wortel én de stok. Dus, vort maar, ezeltje.
We kloppen ons op de borst omdat wij geen Jani zijn. Van toeval maken we verdienste. Ach, zie ons eens alwetend wezen.
Alwetend – tot het een graadje of vijfendertig is en het asfalt niet snel genoeg hard wordt. Dan weten we het even niet meer. We moeten daarin eerlijk zijn: als het over hitte gaat, zijn die Grieken veel slimmer dan wij. Zij weten hoe je zoiets aanpakt – rustig gaan zitten en wachten tot het voorbij is –, wij rennen van hot naar her, als kiekens zonder kop, en doen maar wat. Hitte maakt ons blijkbaar een beetje dom. En lastig. Vooral lastig.
Mede daarom was die Ronde van Frankrijk beter een weekje eerder begonnen. Dan waren we met z’n allen voor de buis gaan zitten, met het rolluik naar beneden en onze voeten in een teiltje, gekluisterd aan het scherm waarop diverse dopingvrije ruiters der vélocipède ons met hun kunsten vermaken, in plaats van dagenlang te lopen klagen over die godverdomse loden hitte – maar goed, ik wil er niet lastig over doen. De Ronde van Frankrijk begint vandaag, en dat kan van mij niet worden gezegd, integendeel: ik stop vandaag. En maak, behoudens tussentijds schielijk overlijden of vergelijkbaar ongemak, graag met u afspraak in september.

Advertisements

From → Uncategorized

One Comment
  1. Jani met de pet, wat heb ik er een medelijden mee. En met mezelf ook, eigenlijk. Omdat je stopt met je column tot in september… Fijne vakantie

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: