Skip to content

Actie!

Dit kan geen toeval zijn. Of het al een trend is, daarover kunnen we discussiëren, maar toeval is het niet. In minder dan een maand hebben twee belangrijke stemmen in het publieke debat alhier aangekondigd dat ze zich gaan herbronnen bij het Belgisch leger. Begin juni was er de befaamde VUB-professor Jonathan Holslag – hij weet meer over China dan u over uw partner –, deze week was het de beurt aan N-VA-woordvoerder Joachim Pohlmann – hij weet meer over Bart De Wever dan Jonathan Holslag over China.

Nu, misschien is ‘herbronnen’ niet meteen het juiste woord. Misschien is dat slechts een bedoeld neveneffect. Beide heren geven in hun motivatie blijk van een drang tot daadwerkelijk engagement tegenover de samenleving. Je kan, zo redeneren ze, als intellectueel blijven lullen over een komma in een apocrief citaat van een wellustige slavendrijver of over een modeblunder in de haar- of kostuumsnit van het belangrijkste model ten oosten van de Ganges, maar ondertussen gaat het Avondland hier wel feestelijk naar de vaantjes. Tijd voor actie, dus!

Het is tijd voor bezinning, zeg ik u. De heren Holslag en Pohlmann zijn frisse dertigers. Hun leeftijdgenoten blinken uit in koffiebeleving, de generatie die erna komt is vooral bekommerd om de lengte van haar broekspijpen. Gaan wij ten onder aan algehele weekheid? Dienen wij misschien een voorbeeld te nemen aan Frankrijk, waar men de dienstplicht opnieuw invoert, met een leger-luikje en opgelegd vrijwilligerswerk? Welke politici te lande durven de denkoefening hardop te maken?

De heren Holslag en Pohlmann gaan hun zomer besteden aan tucht en dril en nu en dan met een krakkemikkig schiettuig in een voos grachtje wegduiken. Dat ga ik niet doen. (Mijn militaire bijdrage aan het welzijn van het land heb ik al geleverd. Toen de munitie- en wapendepots nog dienden te worden beschermd tegen vuige communisten en anarcho-terroristen. Dat is uitstekend gelukt, mede dankzij mijn krachtdadig optreden als bibliothecaris en barman.) Nee, mijn zomer ga ik besteden aan gul gezweet en functionele tamzakkerij. U verneemt er alles over in september.

Advertisements

Konijn

De dt-regel zal verdwijnen. Dat zei de her en der befaamde schrijfster en docent Kristien Hemmerechts vorige zondag in ‘De zevende dag’. Een schokgolf trok door Vlaanderen, alsof net de annexatie door Barbarije was afgekondigd. De noodklokken werden geluid, vrouwen en kinderen duikelden de schuilkelder in, mannen van stavast trokken met verbeten grijns en geslepen bajonet de wacht op. O, Kristien Hemmerechts, gij vermaledijde heraut van de ondergang!

Ik ben geneigd de helleveeg gelijk te geven. Taal is altijd een vief ding geweest. Zij laat zich niet knechten door doemdonderpreken, doch buitelt speels van generatie naar generatie en tooit zich schaterend met de haar toegeworpen frivoliteiten. Noem het onkuisheid, ik noem het leven. De enige talen die verandering weerstaan, zijn de dode. 

Nu, ik begrijp ze wel, de lieden die zich halsstarrig verzetten. In een wereld waarin alles aldoor vloeibaar en vergankelijk lijkt, klampen zij zich vast aan de enkele dingen die een schijn van standvastigheid bieden: de riten en rituelen, in woord en daad. Zo was het, zo is het en zo zal het zijn, prevelen zij, of het zal niet zijn. Ontneem ons de taal, en u ontneemt ons de hoop. 

Voor die noodkreet moeten we niet doof blijven. Er zijn zo al genoeg wanhopigen om ons heen. We moeten de boze bange mensen duidelijk maken dat hun taal niet onherroepelijk teloorgaat. Integendeel, zij krijgt een bijzondere plaats. In de fraaiste lade van de fraaiste commode in huis. En we halen haar glunderend boven voor speciale aangelegenheden, zoals de bomma somtijds haar schoonste servies. Dankbaar schuiven we dan mee aan, en doen ons te goed aan haar onovertroffen konijn met pruimen, dat ons op proustiaanse wijze terugvoert naar de kommerloze jaren. Bomma, zeggen wij dan, het was zo lekker, dat ik mijn teljoor ga uitlikken, zie, en wij likken ons bord schoon en vader kijkt boos, maar bomma glimlacht – en om die glimlach is het ons te doen. Bomma en wij, wij verstaan elkaar.

Taal is een huis met vele kamers. De kunst van het converseren bestaat erin met de juiste mensen in de juiste kamer te zijn.

Eenheid

De winnaar van het wereldkampioenschap voetbal kennen we nog niet, de verliezer wel: de Hoge Gezondheidsraad. 

‘Maximaal tien eenheden alcohol per week.’ Zo luidde het advies dat de raad maandag verspreidde, in een even heldhaftige als potsierlijke poging om ons aan te zetten tot matigheid. Matigheid, in een periode waarin miljoenen Belgen zich rond al dan niet buitenmaatse schermen scharen teneinde de Rode Duivels aan het werk te zien, en vele tienduizenden bierstekers zich een tricolore hernia hijsen om die miljoenen Belgen tijdig en genereus te bedienen. Maximaal tien eenheden per week? Na een uur of drie is die week om. Dat wordt dus een maand van pakweg twintig weken. (En dan reken ik de festivalzomer niet eens mee – twee weken per dag.) 

Een mens vraagt zich af waarvoor ze het eigenlijk doen, die ongetwijfeld achtenswaardige lieden van de Hoge Gezondheidsraad. Vingertje omhoog en ‘tien eenheden!’ roepen, wie heeft daar een boodschap aan – behalve hier of daar een wanhopig naar bruikbare onderwerpen speurend columnistje? De overtuigden waren al overtuigd, de niet-overtuigden zal het aan hun klotsende bierbuik roesten. ’t Is voetbal, meneer, dus drinken wij pinten, meneer. Pinten, ja, geen ‘eenheden’. Wat is dat voor droogkloterij? Denkt gij nu echt dat wij naar de patron ‘Jef, vijf eenheden!’ roepen? Doe normaal! 

Geef ze eens ongelijk. Juichen met een koffie is gekkenwerk, wanhoop verdrinkt men niet in karnemelk.

Er zijn, zo laat ik mij vertellen, Belgen die dezer dagen niet aan juichen of wanhoop doen. Zij hebben lak aan dat hele WK. Zij verkiezen een avondje experimenteel theater van een non-binaire Bosnische Bosjesman. Mooi. Je hebt ook Belgen die voetbal misprijzen. Zij vinden het brood en spelen voor het klootjesvolk, waartoe zij vanzelfsprekend niet behoren, in al hun pedante verfijndheid qua mensbeeld. Er zijn naar verluidt zelfs Belgen die naar eigen zeggen voetbal ronduit haten, en zich daarop laten voorstaan, onder het genot van een glaasje bio-organisch gefermenteerd witte-koolsap. Ach, zij weten niet wat haat is. En dus ook niet wat liefde is.

Afscheid

Ik moest deze week aan Xavier De Baere denken. De oudere lezer herinnert zich hem natuurlijk meteen: de onveranderlijk in een gele debardeur verpakte Professionele Afscheidnemer die aan het eind van elke aflevering van ‘Morgen Maandag’ professioneel afscheid nam van het publiek en de kijkers en daarbij het Nederlands dingen aandeed die hem tegenwoordig voor het Internationaal Strafhof in Den Haag zouden brengen. (De jongere lezer, die zich hem niet herinnert, moet maar gewoon de vorige zin lezen. Of – nog makkelijker – de man even youtuben.)

Afscheid nemen is, zeker in het medialandschap, een genre op zich geworden. Let wel: het gaat hier om nog in leven zijnde lieden. De befaamde radiomaker Jan Hautekiet, in het diepst van zijn gedachten ongetwijfeld Voorzitter van het Internationaal Strafhof in Den Haag, afdeling Taalkundige Misdaden Tegen De Menselijkheid, nam deze week op Radio 1 een hele week lang afscheid, met iedere dag een eigen programma en live interventies in andere; het enige waarover de luisteraar in het ongewisse werd gelaten, was de kleur van ’s mans onderbroek. En de misschien net iets minder befaamde radiomaakster Annemie Peeters, in het diepst van haar gedachten ongetwijfeld Annemie Peeters, nam gisteren afscheid met een uitzending van haar praatprogramma waarin ze als gast niemand minder dan zichzelf had uitgenodigd. Ik heb, op doktersadvies, niet geluisterd.

Men moet, zo meen ik, het afscheid nemen bewaren voor de waarlijk overledenen. En wel hierom: zij zullen niet protesteren en al evenmin dreigen met een comeback. Het afscheid dat wij van hen nemen, kan derhalve ongegeneerd oprecht zijn. Wij kunnen ze welverdiend doodzwijgen, wij kunnen ze even welverdiend naar eigen keuze groots of intiem danken en herdenken. Wij zijn tot niets verplicht. Wat wij doen, is nooit afgedwongen.

Popsterren doen tegenwoordig afscheidstournees van enkele jaren, ‘om de fans te bedanken’. Hou toch op met die schijnheiligheid, denk ik dan, of laat je fans er gratis in. En trakteer ze na het slotakkoord op een volstrekt lachwekkend dansje, gekleed in een gele debardeur.

Bezeten

Er zijn in het leven enkele onvergetelijke eerste keren. Je eerste liefje, je eerste kus, je eerste gebroken hart. Je eerste zwembrevet, je eerste voetbalschoenen, je eerste owngoal. Je eerste fiets, je eerste bromfiets, je eerste spoedgevallen. Je eerste gedicht, je eerste podium, je eerste keer seks met een ander. Je eerste baan, je eerste kind, je eerste kakluier. En je eerste computerspel.

Niet dat ik er eentje had gekregen. Die dingen waren pokkeduur, maar gelukkig hadden we toen in de familie een aangetrouwde waanzinnige die voor zulke nieuwerwetsigheden zonder verpinken een maandloon neertelde. En dus zat ik daar, in de bijkamer waar hij het spel had geïnstalleerd teneinde grootmoeders nieuwjaarsfeest – taarten! portootjes! pintjes op kamertemperatuur! – niet al te zeer te verpesten. Ik zat daar en keek m’n jongensogen uit. Wat ik aanschouwde, was niet minder dan de toekomst die welwillend naar het heden was teruggereisd: aan een kleine, draagbare tv was een Mysterieus Bakje gekoppeld, waarop twee grote ronde draaiknoppen zaten die twee dikke witte lijnen op het tv-scherm op en neer konden laten gaan waarmee je een wit vierkantje over en weer liet kaatsen. Kortom, een wereldwonder.

De fascinatie was meteen totaal. Als bezetenen zaten de aangetrouwde waanzinnige en het schriele knaapje aan de draaiknoppen te frunniken, gebiologeerd door het traject van het witte vierkantje. We vielen liever dood dan ernaast te ‘slaan’. We vielen liever dood dan te verliezen. We vielen liever dood dan te stoppen. Slechts met bovenmenselijke wilskracht slaagden we erin ons van het Mysterieuze Bakje los te rukken, nadat we vanuit het belendende vertrek voor de zoveelste keer luidkeels waren opgevorderd voor enige gezamenlijke joligheid – en een stuk taart met een royale dot tegenzin.

Deze week raakte bekend dat Ted Dabney, een van de oprichters van Atari en medebedenker van Pong, op 81-jarige leeftijd is overleden. Ik dank hem voor dit: dat ik me al op jonge leeftijd akelig scherp bewust werd van mijn talent voor verslaving. 

De gezondste vorm van wantrouwen is deze jegens jezelf.

Top

‘Ha, meneer, bent u hier nu wéér?’ 

Ik glunder zo bescheiden mogelijk. Tja, dat heb je nu eenmaal, als je een topklusser bent: eens je eraan begint, is er geen houden meer aan. Vandaar dus, dat ik voor de derde keer in nog geen twintig uur – waarvan ik er zeven min of meer heb geslapen –  aan haar kassa sta, met mijn speciale, persoonlijke topklusserskortingkaart. Hoe speciaal die wel is, zie je meteen aan de goudkleurige opdruk: tien procent, dat krijgt natuurlijk alleen de elite. De gelegenheidsknoeier moet het stellen met een ordinaire klantenkaart, zonder goudkleurigheid. Plebs-wit.

‘Jahaha, en ik kan niet beloven dat het de laatste keer is’, antwoord ik snaaks, op dat kenmerkende achteloze topklusserstoontje, en reken de twee tubes Soudal Fix All High Tack Extra Sterk Hybrid Polymer af die, door een spijtige inschattingsfout, plots dringend nodig bleken. Ze sméékten erom, die laatste vier Easy Fix Easy Connect Easy Size UV Resistant Clean H2O Resistant Dumawall Waterproof Wall Tiles. En topklussers – weekhartig als ze zijn – kunnen niet weerstaan aan smekende tegels. Zij werken áf. Het halve gedoe is voor het plebs.

Onder het huiswaarts rijden fluit ik een topklussersdeuntje. Zo hoort dat. De ware topklusser herkent men aan z’n gefloten deuntjes. Veelal zijn het onbestemde riedeltjes, die vaag lijken op een bekend airtje, met toevoeging van enige vrije improvisatie. Als u een topklusser in huis haalt, let daar dan op: fluit hij of zij zo’n deuntje, dan kunt u op beide oren slapen. Alles komt in orde. Immers, zo klinkt welbehagen. Uw topklusser bevindt zich in een staat van genade, waar inzicht, ervaring, beheersing en fierheid elkaar hebben gevonden en voortdurend versterken. Ademloos kijkt u toe.

Dat is ook wat ik de voorbije dagen hoofdzakelijk heb gedaan: toekijken. Toekijken, en zo nu en dan een bak koffie aanslepen. Een muziekje opzetten. Twee tubes dinges halen. Let wel, ik heb het ooit zelf gedaan, hoor, dat klussen. Een hondenhok getimmerd. En een nachtkastje. Dat toverde ik tevoorschijn uit een leeg wijnkistje. 

Ja, wijnkistjes leegmaken, daarin ben ik top.

Titels

Door een ernstige afwijking genaamd werk zit ik dagelijks met m’n neus in meer dan één krant en struin ik door tientallen websites. Dat levert doorgaans een heleboel oninteressante informatie en vaststellingen op, die ik gretig opneem en, door een andere afwijking, onthoud. Ik heb daarmee leren leven en probeer er zo weinig mogelijk mensen mee lastig te vallen. Behalve u. 

Zo stelde ik deze week weer eens vast dat titels boven artikels verdomd lenig zijn. Pfff, vertel mij iets nieuws, Devriese, zult u streng zeggen, en ik zal ootmoedig knikken doch tegelijk u om vergeving vragen voor zoveel voorspelbaarheid, aangezien het onderwerp ons allen na aan het hart ligt: de gezondheid van onze studenten. 

Studenten zijn, sinds de sluiting van de steenkoolmijnen, onze belangrijkste grondstof. We gooien er miljoenen tegenaan en organiseren ons leven – openbaar én privé – zodanig, dat onze studenten in optimale omstandigheden kunnen drinken. (Wie ooit zelf student is geweest, zal zulks in dankbare herinnering bevestigen. De memorabelste verhalen gaan zelden over rauwkost.) Jazeker, de student moet nu en dan iets kunnen opdreunen, en inderdaad, een enkele keer wordt van hem of haar ook geveinsd inzicht verwacht, maar de belangrijkste oefening die hij of zij tot kunst dient te verheffen is de tango met de drank. Niets getuigt zozeer van geestelijke en intellectuele volwassenheid als een krachtdadig bijeen gezopen coma.

Die ontzagwekkende taak wordt van nabij opgevolgd door het Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en andere Drugs. Uit cijfers die dat VAD vergaarde na bevraging van 36.000 studenten blijken, getuige de titels boven stukjes in twee kranten, twee zaken: enerzijds ‘1 op de 3 studenten drinkt te veel’, anderzijds ’Studenten gaan gezond om met alcohol’. 

Resultaat? Epische gevechten in de Vlaamse huiskamers, gevechten waarbij het lichtzwaardduel tussen Darth Vader en Luke Skywalker verbleekt. Aan de ene kant: de vader, met opgerolde krant, ‘Nietsnut!’ sissend; aan de andere kant: de zoon, met opgerolde krant, ‘Tiran!’ schreeuwend.

We lezen allemaal de verkeerde krant.